De vlucht van wetenschappers naar de Verenigde Staten

In Duitsland kunnen vanaf 1933 joden geen posten in onderwijs en onderzoek of in universiteiten bekleden. Het absolute antisemitisme dat door de nazi’s wordt toegepast, zal leiden tot de massale emigratie van joodse geleerden, eerst naar Frankrijk, Nederland en Denemarken, daarna naar de Verenigde Staten.

In deze tijd is de Duitse wetenschap, vooral de natuurkunde de meest geavanceerde ter wereld. 19 wetenschappers hebben de Nobel-prijs gewonnen waaronder 11 joden. In december 1938 ontdekt Otto Hahn kernsplijting door het element barium te detecteren, als resultaat van het bombarderen van de uraniumkern met neutronen.


Het zijn Lise Meitner en Otto Frisch (Oostenrijkse joden die in Zweeds ballingschap leefden) die de resultaten verklaarden via het mechanisme van splijting en dus het principe van de atoombom. Diverse groepen Europese wetenschappers (Fermi in Italië, Frédéric Joliot en Irène Curie in Frankrijk) begrijpen dat de splijting een kettingreactie teweeg kan brengen, dit wil zeggen de opeenvolgende ontbinding van duizenden uraniumkernen met enkele neutronen als basis. Voor de bestudering van het fenomeen is echter het gebruik van "zwaar" water vereist om de eerste kernreactor (ook atoomstapeling genoemd) op te zetten.


De gemeenschap van wetenschappers afkomstig uit Duitsland is ervan overtuigd dat Hitler en de nazi’s een atoombom willen bouwen. Hun vrees wordt bevestigd als ze horen dat de Duitse regering plotseling heeft besloten de export van uranium uit de Tsjechische mijnen en de verkoop van alle reserves zwaar water van de fabriek van Norsk Hydro in Noorwegen, het enige productiecentrum in Europa, te verbieden. Frédéric Joliot, met de Franse geheime diensten, slaagt erin de hele voorraad zwaar water te laten verdwijnen, die vervolgens in 1940 door Engeland in beslag genomen wordt.

Imprimer De vlucht van wetenschappers naar de Verenigde Staten

Info horaires